Terug naar blog
Ongedierte in de tuin: tips voor bestrijding

Ongedierte in de tuin: tips voor bestrijding

12 apr. '22 Door MyGo redactie

Voorjaar: eindelijk kunnen we weer de nodige uurtjes doorbrengen in eigen tuin. Helaas wemelt het er soms van de ongedierte, zowel in de borders als rond je terrastafel. Ongedierte kan je tuingenot aardig verpesten: plantjes zitten onder de luis, slakken vreten de blaadjes stuk, wespen vergallen je eetplezier of een slechtziend onderkruipseltje molesteerd je gazon. Gelukkig zijn er maatregelen waarmee je eenvoudig het ongedierte uit je tuin kunt weren. Wij geven wat tips, zodat je tijdens je vrije uurtjes weer ongestoord van je tuin kunt genieten.

Iedere tuinier krijgt ermee te maken: ongedierte. Hele kolonies luizen, slakken, mieren, wespen en mollen bedreigen dagelijks je tuin. Hoewel de beestjes er onschuldig uitzien, kunnen ze veel schade aanrichten en ergernissen teweeg brengen. Je kunt natuurlijk naar chemische bestrijdingsmiddelen grijpen om de plaagdiertjes te bestrijden, maar daarmee vernietig je ook nuttige insecten, zoals het lieveheersbeestje, die bijvoorbeeld juist gek is op bladluis. Ook vogels kunnen sterven als ze vergiftigde insecten nuttigen.

Zorg allereerst voor een evenwichtige plantenvoeding, met de juiste hoeveelheid mest, calium en water. Een onevenwichtige natuurlijk balans trekt juist het ongedierte aan. Daarnaast is het raadzaam om het aanwezige ongedierte te weren, voordat er een plaag ontstaat die onherstelbare schade aanricht of verder buiten zitten onmogelijk maakt. Door hun eetgewoontes kunnen de ongewenste bezoekers bovendien virussen verspreiden. Dus ga de strijd met ze aan, door een biologisch bestrijdingsmiddel te gebruiken, of gewoon, met een huis-tuin-en-keuken-trucje!

Luizen bestrijden

Luizen zijn met name verzot op jonge bladeren en bloemknoppen. Vooral rozen(struiken) hebben regelmatig te kampen met deze vorm van ongedierte. Bladluizen zijn heel klein, maar toch vernietigend voor planten, omdat ze de plant op twee manieren aantasten. De beestjes doen zich graag tegoed aan de sappen van de plant, maar laten ook een kleverige substantie achter, genaamd honingdauw, die schadelijke zwarte roetdauw veroorzaakt.

Er zijn meerdere manieren om bladluis op een milieuvriendelijke manier te bestrijden. Zo kun je de struiken besproeien met een zelfgemaakt aftreksel van brandnetel. Een aftreksel van knoflook werkt eveneens goed. Ook kun je de aangetaste plant uitroken met tabaksrook. Hiervoor moet je de plant wel een uur kunnen afsluiten onder een emmer. Wortelluizen kun je te lijf gaan door de aangetaste delen in te smeren met frituurolie.

Je kunt de luizen ook met een harde straal water van de plant afspuiten, mits de plant dit kan hebben. Of knijp een paar luizen fijn op het blad. Natuurlijke vijanden als het lieveheersbeestje ruiken dat, zodat ze erop afkomen. Als er weinig lieveheersbeestjes in je tuin leven, kun je bij Tuinland larven bestellen. Elke larf eet wel honderd bladluizen per dag. Ook oorwormen zijn ideale bladluisverdelgers. Deze diertjes kun je lokken door een met stro opgevulde bloempot of een oud stuk hout tussen het gewas.

Een andere manier om bladluis op een biologische wijze te elimineren is middels een bladluisonvriendelijke bloemenmengsel zoals, bonenkruid, dille, hysop, lavendel, knoflook, salie en stinkertjes of andere soorten bloemen- en kruidenzaden. Je kunt ook een Oost-Indische kers als lokplant gebruiken. Luizen zijn namelijk dol op deze plant, waardoor ze de omringende planten met rust laten. Het levert tevens een kleurrijke toevoeging aan je moes- of rozentuin.

Slakken bestrijden

Slakken houden van een vochtige omgeving. Deze ongewenste bezoekers vind je in het vroege voorjaar voor het eerst in de tuin. De beestjes komen in april uit hun winterslaap en gaan dan hongerig op zoek naar voedsel in blaadjes. Vooral jonge planten, groentes en hosta’s hebben aantrekkingskracht op de trage diertjes. De gaten die daardoor ontstaan kunnen forse schade toebrengen. Niet alle slakken vallen overigens onder het begrip ongedierte. Diverse soorten slakken voeden zich enkel met dode planten, zoals de wijngaardslak, die juist helpt om naaktslakken op afstand te houden. Om hen te beschermen dien je enkel biologische slakkenbestrijders te gebruiken.

In plaats van gif te strooien, zijn er minder natuurbelastende methodes om de diertjes tegen te gaan. Slakkenplagen in de tuin kun je het beste bestrijden door planten te plaatsen waar ze een hekel aan hebben, zoals een oude bekende (zie luizenbestrijding), de Oost-Indische kers. Omdat slakken niet van sterke geuren houden hebben kruiden als rozemarijn, lavendel, dille, knoflook, tijm en salie hebben hetzelfde effect. Met een border winterbonenkruid om je plantenbed houd je de slakken ook op afstand. Omdat ze daarnaast een hekel hebben aan een stekelige ondergrond kun je ook een strookje gebroken schelpen of eierschalen rondom je plantenperk leggen.

Lokken doe je de glibberige beestjes dan weer met een slakkenval, gevuld met gistrijk bier of melk. Die plaats je tussen de planten en of naast de composthoop. Kippenmeel en roggezemelen zijn ook effectief. Je kunt tevens de natuurlijke vijanden inzetten om de slakken uit je tuin te verdrijven: duizendpoten, egels, hooiwagens, kippen, eenden, kikkers, kevers, mollen, nematoden, padden en vogels zijn allemaal dol op slakken. In het tuincentrum kun je ook nematoden (kleine aaltjes) aanschaffen. Een minder ‘humane’ manier is keukenzout: slakken verdrogen wanneer ze met natriumchloride in aanraking komen.

Voor wie de diertjes liever niet doodt: je kunt de slakken natuurlijk verzamelen en naar het bos brengen. Met name op avonden na een regenbui zijn ze gemakkelijk in de tuin te vinden. Je kunt ook andere voorzorgsmaatregelen nemen. Ruim tuinafval en plantenresten op, want die trekken slakken aan. Als je in het najaar regelmatig schoffelt leg je de slakkeneitjes bloot, waardoor ze doodgaan of door de vogels worden opgevreten.

Mieren bestrijden

Ook mieren kun je niet in alle gevallen als ongedierte aanmerken. Het zijn in de basis hele nuttige beestjes, die helpen om het ecologisch evenwicht in de tuin te bewaren.  Wanneer zich echter hele colonnes over je terras(tafel) begeven, of zelfs door je huis marcheren, heb je waarschijnlijk last van een plaag. Een mierenplaag kan ook schade aan je tuin veroorzaken, zoals kale plekken in het gazon. De kruipdieren vreten niet aan de bladeren of wortels, maar ze voeden en melken de bladluis, die wél fikse schade kan aanrichten. Mierennesten zijn meestal een seizoenprobleem, dat zich voordoet van het einde van het voorjaar tot het einde van de zomer.

De beste manier om van mieren af te komen, is om het nest te verplaatsen. Bijvoorbeeld door een bloempot te vullen met stro en/of houtkrullen en deze over de mierennest te plaatsen. De beestjes maken van de bloempot hun nieuwe huis, die je na een paar dagen kunt verplaatsen naar een andere plek. Met de geur van citroenschillen of azijn kun je de mieren voor langere tijd op afstand houden. Pers een citroen uit boven het nest en werp de stukken erin.

De hardwerkende beestjes hebben ook een hekel aan stuivers; je kunt er een paar bij het nest in de grond duwen. Ze zijn tevens 'allergisch' voor koffiedik. Je kunt mieren ook in de war brengen, door pepermunt, zeepsop of ander sterk-ruikend middels op de mierenspoor te leggen. Hierdoor raakt hun spoor onderbroken en gaan zij op zoek naar ander voedsel. Over een echt storend mierennest kun je een ketel kokend water gieten.

Voorzorgsmaatregelen zijn er ook. Zoete etenswaren trekken mieren aan. Wanneer je in de tuin de lekkernijen eet, zorg er dan voor ze luchtdicht afgesloten worden en er geen kruimels in de tuin achterblijven. Dat geldt overigens ook voor in huis. Zorg verder voor een vochtige grond, want mieren houden niet van een natte omgeving. Maar ja, slakken juist weer wél…

Wespen bestrijden

Eigenlijk is het goed als er zich af en toe wespen in je tuin bevinden. Wespen zijn namelijk hele nuttige insecten: ze brengen stuifmeel over en zijn natuurlijke verdelgers van ongedierte, zoals muggen. Voor de mens kunnen wespen echter gevaarlijk zijn. Bovendien zijn ze vaak hinderlijk, met name tijdens het nuttigen van voedsel. De reden dat een wesp op zoetigheden afkomt, is dat zij normaal haar jongen daarmee voedt. Wanneer de koningin aan het einde van de zomer sterft, legt zij geen eitjes meer en gaan de wespen op zoek naar alternatieven

Wespen worden niet alleen aangetrokken door de zoete bloesem van bloeiende bloemen en rijp fruit, maar ook door lichaamsverzorgende producten als deodorant, parfum, haarspray, zeep en zonnecrèmes. Je kunt ze het best weglokken bij je eettafel of ligstoel. Plaats in een uithoek van je tuin iets zoetigs. Daarna laten ze u verder met rust. Zorg echter wel dat zoete lekkernijen of zoete drankjes op de eettafel en bij u in de buurt luchtdicht afgesloten zijn.

Het gehate insect heeft een hekel aan kruidnagel. Als je een schaaltje vult met water en kruidnagel blijft de wesp op afstand. Ook wierrookstokjes met lavendel zijn effectief. Een doorgeknipte plastic fles kan fungeren als wespenval. Gebruik als lokmiddel een zoet drankje of een laagje bier. Zorg verder voor een schone omgevingsruimte: sluit de vuilnisbakken goed af en laat geen rijp afvallend fruit liggen. Regelmatig het gras kort afmaaien kan ook helpen, want wespen zitten graag op de bloemetjes die in het gazon groeien.

Sla een wesp liever niet dood. Hierbij komt namelijk gif vrij uit de angel, wat andere wespen in de buurt agressiever maakt. Met een elektrische ‘tennisracket’ doodt je een wesp zonder te pletten. Ga onder geen beding zelf een wespennest verwijderen! Dat kan heel gevaarlijk zijn, want wespen kunnen, met name wanneer hun nest wordt verstoord, bijzonder agressief worden. Maak ook de uitvliegopening van het nest niet dicht. Wespen vinden altijd een uitgang, en steken dan nog liever.

Mollen verjagen

Wanneer je over een grotere tuin beschikt, is het mogelijk dat je last hebt van mollen. Die zijn voor iedere tuinliefhebber een grote schrik, want ze duiken overal op en richten een ware ravage aan. Toch zijn ook mollen nuttige dieren: ze zorgen voor een natuurlijke drainage van de bodem, en voeden zich met allerlei beestjes die de ondergrondse wortels van je planten oppeuzelen. Mollen zijn bovendien beschermd.

Derhalve is het zaak dat je mollen verdrijft in plaats van de diertjes te vergiftigen of met een klem te doden. Doordat mollen zeer gevoelig zijn voor geur en lawaai zijn ze redelijk eenvoudig te verjagen. Door enkel wat zure melk of karnemelk door de mollengangetjes te gieten zullen de mollen al verhuizen. Knoflook, ui en mottenballen  helpen ook. Mollen walgen eveneens van de geur van bepaalde planten, zoals de keizerskroon en de kruisbladwolfsmelk.

Je kunt ook een ijzeren staaf in de grond steken en daar regelmatig met een hamer op slaan. Eenzelfde effect heeft een automatische mollenverjager: hiermee worden mollen verdreven door middel van trillingen in de grond. Mollen kunnen ook niet tegen het fluitende geluid van de wind. Wanneer je op enkele plaatsen een bodemloze fles in de grond steekt zal het slechtziende beestje zeker worden verjaagd. Een kat in huis nemen kan ook; die gaat graag achter de mollen aan. Wanneer je de tuin pertinent ontoegankelijk wilt maken voor mollen, kun je aan de randen een fijnmazig kippengaas ingraven tot aan de grondwaterspiegel.